Participation

Artikels

Emotive vocabulary in MOOCs: Context and Participant Retention

21 Maart 2013

This article was originally published on the online Journal The European Journal of Open, Distance and E-Learning – EURODL, issue 1, 2012.

Massive Online Open Courses (MOOCs) have been growing in popularity with educational researchers, instructors, and learners in online environments. Online discussions are as important in MOOCs as in other online courses. Online discussions that occur in MOOCs are influenced by additional factors resulting from their volatile and voluntary participation structure. This article aims to examine discussions that took place in MobiMOOC in the spring of 2011, a MOOC structured around mobile learning.

This line of inquiry focused on language from the discussions that contained emotive vocabulary in the MobiMOOC discussion forums. Emotive vocabulary is words or phrases that are implicitly emotional (happy, sad, frustrated) or relate to emotional contexts (I wasn’t able to…). This emotive vocabulary, when present, was examined to determine whether it could serve as a mechanism for predicting future and continued participation in the MOOC. In this research, narrative inquiry approach was used in order to shine a light on the possible predictive qualities of emotive text in both participants who withdrew from the course as well as moderately or moderately active participants. The results indicated that emotive vocabulary usage did not significantly predict or impact participation retention in MobiMOOC.

 

Artikels

Blended learning in wetenschap en technologie: een cursus experimentele natuurkunde gebaseerd op een collaboratief project

30 September 2009
Dit artikel beschrijft een cursus wetenschap en technologie die wordt gegeven aan de Nieuwe universiteit van Lissabon (Portugal), en de ontwikkeling naar een blended learning formaat en een constructivistisch pedagogisch ontwerp gebaseerd op collaboratieve projecten. Ons werk richtte zich met name op het identificeren van kritieke punten en aanbevelingen met betrekking tot het gebruik van e-learning en project gebaseerd leren voor een cursus toegepaste optica waarin laboratoriumactiviteiten een belangrijk deel vormen.
Asynchrone en synchrone e-learning hulpmiddelen en strategieën (interactieve leereenheden, zelfbeoordelingstesten en online sessies voor collaboratief oplossen van problemen) werden in 2004 aangenomen. In 2007 hebben we de cursus gereorganiseerd rondom collaboratieve projecten in werkelijke situaties met als doel een constructivistisch onderwijs-leermodel op te zetten.

In het algemeen werden de collaboratieve projecten door de studenten positief beoordeeld. Zij waardeerden het een werkelijke «onderzoeks- en ontwikkelingssituatie» te ervaren en zeiden dat dit de verwerving van kennis bevorderde. De docenten constateerden dat deze leermethode een sterkere participatie en een actievere houding bevorderde. Bovendien werd bevestigd dat goed ontworpen e-learning hulpmiddelen en activiteiten nuttig zijn in het ondersteunen van zelfstandig leren, een voorwaarde voor een creatieve benadering van laboratoriumactiviteiten en projecten. De synchrone online sessies voor het oplossen van problemen werden erg op prijs gesteld, omdat deze het delen van software en immersieve communicatie op afstand mogelijk maken. Webforums hebben daarentegen niet tot de verwachte resultaten geleid.

Onze conclusie is dat e-learning en experimentele collaboratieve activiteiten succesvol kunnen worden gecombineerd om constructief leren te bevorderen, ook al blijkt dit veel van de studenten te eisen zowel qua inspanning als wat tijd betreft. Collaboratieve projecten en rijke leeromgevingen zijn twee belangrijke kenmerken in een constructivistisch pedagogisch ontwerp. Hierdoor worden de studenten geholpen een proactieve houding ten opzichte van het leren te ontwikkelen, omdat zij in plaats van het ontvangen van een vaste hoeveelheid informatie te maken krijgen met vele soorten hulpmiddelen waarbij een beroep wordt gedaan op vaardigheden van kennisbeheer. De studenten dienen ook hun kennis en vaardigheden te gebruiken om het project binnen een groep tot uitvoer te brengen. Dit houdt in samen leren met anderen in een dynamisch proces maar ook de noodzaak om binnen het groepswerk eigen ideeën uit te leggen, te delen en eventueel te verdedigen.
Artikels

Een open wereld?

30 April 2008
We spreken over open samenlevingen, open innovatie, open normen, open ecosystemen, open bron en open architecturen. Het begrip “openheid” komt naar voren als een essentieel kenmerk in de belangrijke ontwikkelingen in ons huidige economische en sociale systeem. Richard Straub voert in dit artikel aan dat “openheid” het karakteristieke kenmerk is dat de globalisatie definieert in de 21e eeuw.
In het hedendaagse bedrijfsleven ervaren we elke dag wat openheid betekent en de voordelen die deze kan bieden. Openheid wordt geassocieerd met waarden zoals tolerantie, individuele vrijheid, levenslang leren, participatie, delegeren van verantwoordelijkheden en coöperatie, in tegenstelling tot de kenmerkende waarden van een gesloten wereld waarin gezag en controle, hiërarchie, gecentraliseerd en bureaucratisch bestuur, overregulatie en collectivistische dominantie boven de individuele vrijheid staat. Monopolies of bijna-monopolies zijn voorbeelden van een gesloten wereld zoals ook de traditionele hiërarchieën met hun extreme bureaucratie en hokjesgeest hier typische uitingen van zijn.

De opkomst van sociale netwerksites, virtuele werelden, blogs, wiki's en 3D-internet geeft ons een idee van het potentieel van het “interactieve en collaboratieve netwerk” dat Web 2.0 wordt genoemd. We beschikken nu over de benodigde infrastructuur en hulpmiddelen om nieuwe werkwijzen in open systemen mogelijk te maken. Terwijl veel ideeën over openheid en de behoefte aan meer open sociale systemen al enige tijd in de lucht hingen, wordt de ontwikkeling door deze nieuwe infrastructuur en nieuwe hulpmiddelen versneld.

Een open wereld is een wereld met grote kansen en uitdagingen. Het vereist veranderingen in ons individuele gedrag en houdingen en het vraagt belangrijke aanpassingen van de instellingen. Hoe kunnen bedrijven hier het hoofd aan bieden?
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Global Focus, Volume 2, Issue 1 (2008). Uitgever: European Foundation for Management Development www.efmd.org
Artikels

De “e-”: zelfmanagement van leerders: mythen en realiteit van een op de leerder gerichte kwaliteit in e-learning

15 Januari 2007
Dit artikel beschrijft het concept van kwaliteitsontwikkeling die op de leerder gericht is. Kwaliteitsconcepten met betrekking tot de leerder worden geïntroduceerd als referentiepunt voor de onderhandelingsprocessen tussen de partijen in een kwaliteitsontwikkelingsproces.

De achterliggende gedachte is dat een op de leerder gerichte kwaliteitsontwikkeling eerder een noodzaak dan een keuze is, wanneer de kwaliteitsontwikkeling invloed op het leerproces wil hebben. De kwaliteitsontwikkeling dient altijd een samenhang te zijn tussen processen en procedures enerzijds en waarden en normatieve besluiten anderzijds. Elke opleider die een groep leerders begeleidt, heeft behoefte aan een normatief beslissingsconcept, zoals een didactische theorie, als een stevige basis voor zijn of haar activiteiten. Kwaliteitsontwikkeling, die belangrijk is voor onderwijsprocessen, kan derhalve beschreven worden als de som van alle activiteiten en inspanningen die geleverd worden om het leerproces te verbeteren.

De nadruk op het onderwijsproces geeft aan dat het reeds in deze fase niet mogelijk is om een dergelijk op het leerproces georiënteerde kwaliteit te certificeren. Het kan alleen waargenomen worden wanneer het feitelijke onderwijsproces plaats heeft en is altijd een product van zowel leerder als leeromgeving. In recente discussies over kwaliteit is het een veelgemaakte vergissing om onderwijsomgevingen los van de onderwijsprocessen te beoordelen en geen rekening te houden met doelgroepen en andere partijen binnen de omgeving. Aangezien kwaliteit geen vaststaand kenmerk van een onderwijsomgeving is maar slechts geleidelijk ontstaat uit de verhouding tussen leerder en leeromgeving, kan de kwaliteit enkel binnen de feitelijke context waargenomen en beoordeeld worden. Bovendien zijn er geen middelen om kwaliteitscriteria vast te leggen die kwaliteit los van een bepaalde onderwijscontext definiëren.

Daarom dient kwaliteitsontwikkeling gezien te worden als een onderhandelingsproces waar alle partijen aan dienen deel te nemen. Het doel van een dergelijk participatief model voor kwaliteitsontwikkeling is dat alle partijen samen de waarden en doelstellingen van het leerproces definiëren. Een dergelijke actieve deelname van de leerders zal een belangrijke rol spelen in toekomstige kwaliteitsontwikkelingssystemen. De leerders hebben een actieve rol in deze concepten en dienen zich bewust te zijn van hun persoonlijke plannen en eisen. In een soort zelfmanagement van hun eigen onderwijstrajecten dienen zij de noodzakelijke kenmerken te definiëren waaraan leerscenario’s dienen te voldoen om binnen een efficiënt onderwijsproces te komen. Deze participatieprocessen vereisen betere informatie, een grotere doorzichtigheid en advies van de zijde van de leveranciers van e-learning.

Tegelijkertijd dienen leerders zich bewust te zijn van hun toegenomen eigen verantwoordelijkheid voor kwaliteitsontwikkeling omdat zijzelf beschouwd worden als kwaliteitsdeskundigen in het leerproces.