Cyberveiligheid en onderwijs
De snelheid waarmee kinderen en jongeren toegang hebben tot online, convergerende, mobiele en netwerkmedia is ongekend in de geschiedenis van technologische innovatie. Het onderzoek in e-veiligheid richt zich voornamelijk op twee punten: de bescherming van zowel strategische als economische informatie en de bescherming van personen, met name jongeren. Hoewel beide met elkaar samenhangen, houden we ons in dit speciale nummer bezig met het tweede punt.
De focus op e-veiligheid komt op het juiste moment aangezien het deel uitmaakt van de groeiende maatschappelijke discussie over de veiligheid van met name jongeren die een steeds groter deel van hun tijd in de cyberruimte of in virtuele werelden doorbrengen. Het Europese Veiliger Internet Programma heeft bewustzijn voor het probleem gekweekt, illegale inhouden bestreden, de burgermaatschappij betrokken bij veiligheidskwesties van internet m.b.t. kinderen en een goed onderbouwde databank aangelegd met informatie over het gebruik van nieuwe technologieën door jongeren. Het programma heeft bovendien een netwerk van veiligere internetcentra gecreëerd dat momenteel aanwezig is in 30 Europese landen, die over een kenniscentrum en hulplijn beschikken, en in de meeste landen een hotline om illegale inhoud te melden. Sommige veiligere internetcentra hebben een bijdrage aan dit nummer van eLearning Papers geleverd met hun ervaring op het gebied van de bevordering van de veiligheid op internet middels het onderwijs.
Digitale geletterdheid en vaardigheden zijn essentieel voor een veilig internetgebruik. Er zijn bepaalde competenties vastgesteld als noodzakelijke vaardigheden waarover jongeren dienen te beschikken om hun veiligheid op internet te beheren. Deze vaardigheden zijn o.a. een kritisch gebruik maken van de nieuwe media (waaronder het vermogen om de bronnen te beoordelen), weten hoe je jezelf op internet moet presenteren voor wat betreft beheer van privacy, identiteit en goede naam, en het ontwikkelen van een verantwoordelijk en ethisch gedrag op internet.
Iedereen is het er over eens dat de risico’s een dringend probleem vormen terwijl cyberveiligheid als onderdeel van het leerplan hooguit een nieuwe praktijk is. De aard van het risico moet nog nader onderzocht en begrepen worden om antwoord te kunnen geven op vragen zoals: welke risico’s houdt het werken met digitale media in?, zijn online risico’s hetzelfde als off-line risico’s?, waar ligt de capaciteit om schade voor jongeren te beperken? en zijn de vaardigheden waarover men thuis, op school of in de maatschappij beschikt, geschikt om leerders efficiënt te beschermen?
Het risico kan worden gezien als een aantal met elkaar samenhangende elementen: gevaar, risico en schade. Bijvoorbeeld het gebruik van sociale netwerken om kinderen psychologisch te manipuleren met als doel seksueel misbruik (gevaar) heeft een relatief lage waarschijnlijkheid (risico) maar kan potentieel grote schade aan jonge kinderen veroorzaken. Het gebruik van websites om illegaal muziek te downloaden (gevaar) heeft daarentegen een hoge waarschijnlijkheid om bij jongeren aan te slaan maar de potentiële schade, hoewel reëel, is niet levensveranderend, tenzij de Federatie tegen diefstal van software (Federation Against Software Theft, FAST) hier met succes tegen procedeert. Gezien het grote aantal variabelen die op het risico van invloed zijn, bestaat er behoefte aan scenario’s voor beste praktijken en diepgaande discussies over hoe leerlingen aangespoord kunnen worden om internet veiliger te gebruiken.
Een educatieve benadering van cyberveiligheid houdt in dat leerlingen bewust moeten worden gemaakt van de risico’s en gevolgen van hun internetgewoonten. Het dient een platform te bieden waar leerlingen geleerd wordt werkelijke risico’s te herkennen en te voorkomen, zoals pesten op internet, diefstal van identiteit of seksuele intimidatie, en ze bekend maakt met het bestaan van hulpmiddelen voor risicopreventie, zoals de Online Police (internetpolitie). Daarnaast dient het rekening te houden met andere verantwoordelijke spelers, zoals de rol van ouders en zorgverleners, gespecialiseerde instellingen (zoals ministeries van onderwijs) en de “sector” zelf.
Hoewel dit nummer van e-learning onvermijdelijk ingaat op de negatieve aspecten van digitale technologieën en gedragingen, worden de positieve voordelen van de technologie op het leven van zowel jonge als oudere leerders zeker niet ontkend. In een groot onderzoek van EU Kids Online (2010) is aangetoond dat de toegenomen kansen in online omgevingen onvermijdelijk leiden tot een hoger risiconiveau maar enkel het risico beperken zal waarschijnlijk de kansen van kinderen begrenzen. De internetgebruikers kritische vaardigheden bijbrengen om geïnformeerde beslissingen te nemen over hun internetactiviteit is een belangrijk educatief proces voor risicobeheer dat tegelijkertijd groei en experimenteren met internet toestaat.


