Informal learning

Artikels

Het bevorderen van het gebruik van ICT in onderwijspraktijken in het onderwijs in de natuurwetenschappen

05 Juli 2010
Het FICTUP-project (het bevorderen van het gebruik van ICT in onderwijspraktijken), gefinancierd met de steun van het levenslang leren programma van de Europese Unie, is erop gericht om (1) innovatief leermateriaal voor pedagogische activiteiten met gebruik van ICT te creëren, gekoppeld aan een direct begeleidingsproces, en (2) het effect te testen van het materiaal en de begeleiding van docenten voor wie het gebruik van ICT in de klas nieuw is.
Het innovatieve leermateriaal, ontwikkeld door ervaren en beginnende docenten om de toegankelijkheid te garanderen, richt zich op specifieke klasactiviteiten waarbij ICT wordt gebruikt. Elke studie bevat een uitgebreide beschrijving van de activiteit (PDF-bestand) en drie korte, pedagogische video's (die elk twee à zes minuten duren) die de transversale ICT-vaardigheden laten zien die tijdens de activiteit aan bod kwamen. In het eerste jaar van het project zijn negen casussen geïmplementeerd waarvan enkele nadrukkelijk gericht waren op het gebruik van ICT in het onderwijs in de natuurwetenschappen. Dit artikel presenteert een aantal verschillende voorbeelden, zoals “Device – meting – evaluatie: gebruik van ICT in natuurkunde” (Hongarije), “Groeifactoren onderzoeken: toepassing van onderzoeksgebaseerd leren in biologie” (Finland) en “Gebruik van de GeoGebra-software in wiskunde op de middelbare school” (Frankrijk).

Het toenemende gebruik van ICT heeft geleid tot de invoering van nieuwe pedagogische benaderingen, zoals hulpmiddelengebaseerd onderwijs (Resource Based Learning - RBL), waarmee verschillende leerbehoeften worden ondersteund door een breed scala aan ICT-middelen. Natuurwetenschappelijke onderwerpen lenen zich bij uitstek voor de voordelen die RBL en de hieraan gekoppelde ICT-middelen bieden. De invoering van door technologie versterkt, collaboratief onderzoek stelt de docenten in staat om de onderwijsomgeving als een geïntegreerd geheel te ontwerpen die de leerlingen van de toepasselijke technologische hulpmiddelen voorziet, ze stimuleert om daadwerkelijk samen te werken, en de nieuwe creatieve modaliteiten van werken met kennis van hoog epistemologisch niveau bevordert.
Artikels

De positie van taalminderheden via de technologie versterken: welke wegen zijn mogelijk?

23 April 2010
De term “informatietijdperk” is wel voor deze tijd gebruikt omdat de technologie en internet voortdurend de wijze veranderen waarop mensen werken, leren, hun vrije tijd doorbrengen en met elkaar communiceren. Tegelijkertijd is de toegang tot dit interactiemiddel nog altijd niet verworven – het zij vanwege het gebrek aan ervaring, kennis of financiële middelen.
De snelheid van deze veranderingen – en een gevoel van onzekerheid voor wat betreft de gevolgen – kunnen de indruk wekken van snelle en oncontroleerbare sociale veranderingen en een mogelijke sociale breuk. In dit opzicht dienen de spelers van het onderwijs serieus te na te denken over hoe scholing deze uitdagingen het hoofd kan bieden.

Dit artikel geeft eerst een kort overzicht van het gebruik van het concept sociale cohesie in het sociaal- en onderwijsbeleid. Twee belangrijke punten komen naar voren, te weten dat de sociale gelijkheid en het onderwijs de kern van de sociale cohesie vormen. Vervolgens wordt gekeken naar hoe het onderwijs de uitdaging kan aangaan om de sociale ongelijkheid op te heffen en sociale cohesie te bevorderen. Hierna volgt een analyse van een potentieel minder bevoorrechte groep: de sprekers van minderheidstalen. Het artikel belicht de concepten van minderheidstaalgroepen in de EU en geeft een algemeen overzicht van de mogelijke nadelen voor het onderwijs en de sociale uitsluiting waarmee deze groepen te maken kunnen krijgen.

Hierna worden de manieren behandeld waarop TE-learning (TEL) kan worden toegepast om zich tegen deze mogelijke risico's te weren. In dit deel staat de auteur stil bij de “digitale breuk” en wat dit voor taalminderheden kan betekenen, en hij benadrukt het belang van het gebruik van de technologieën om een meerderheid bewust te maken voor kwesties die verband houden met het onderwijs in een minderheidstaal (inclusief wanneer men de vele voordelen van meertalige praktijken voor de maatschappij voorop stelt). Nadat enkele voorbeelden van praktijken op het gebied van minderheidstalen zijn beschreven om de ongelijkheid in het onderwijs te verbeteren, bekijkt Melinda Dooly de rol van TE-learning in onderwijspraktijken, lerarenonderwijs en permanente hulpmiddelen voor de vervolgopleiding van de leraren.
Projecten

SVEA

03 Maart 2010

SVEA’s main objective is to provide VET and adult education staffs with the skills that are needed to remain competitive, and increase visibility in the education market. SVEA means to realize these goals by developing the web 2.0 networking practice in VET and adult training institutions.

SVEA addresses the collaboration and web 2.0 skills of teachers and trainers in both VET and adult training institutions, with a special focus on personnel and organizational development.

Providing these institutions with the means for target oriented communication and knowledge exchange, will stimulate active co-development of organizational processes and tools, and will at the same time enable teachers and trainers to use those tools to empower learner-centered and self paced teaching.

Output

SVEA will develop an online platform offering custom web 2.0 tools for trainers and teachers, combined with both an online and a face to face training program to help the target group master these web 2.0 applications. Guidelines and training material to guarantee successful implementation will also be designed.

Result

SVEA’s goal is to cultivate new work processes and communication strategies through the use of net-based technology. Upgrading e-skills in VET and adult training institutions will foster innovation and change in personnel and organizational management.

Impact

More efficient organizational processes, improved collaboration through web 2.0 tools, and a resulting co-development climate, will allow for greater competitiveness and visibility in the education market.

Extracted from SVEA

Artikels

De invloed van Web 2.0 op het informeel leren in het midden- en kleinbedrijf in Portugal

28 Februari 2010
Het midden- en kleinbedrijf voelt met name de druk binnen een concurrentiekader waarin steeds gestreefd wordt naar meer efficiëntie, specialisatie en innovatie. De Web 2.0 technologie kan worden gebruikt om in deze behoeften te voorzien als een voorwaardenschepper voor nieuwe werkmethoden met speciale nadruk op de rol van gemeenschappen en op samenwerking.
AIP-CE en CEPCEP/UCP herkende de opkomst van een op leren en kennis gebaseerde maatschappij en de centrale rol van het midden- en kleinbedrijf in de Europese economie, en startte een pilot-onderzoek in Portugal. Het doel van dit lopende project is een bijdrage te leveren aan de discussie over het gebruik van Web 2.0 instrumenten door het midden- en kleinbedrijf in het kader van de scholing, inzicht te geven in huidige tendensen en bij te dragen aan het ontwikkelen van acties in de toekomst.

De onderzoekers gebruiken drie verschillende instrumenten voor het verzamelen van de empirische gegevens: kwantitatieve vragenlijsten, workshops met “pioniersbedrijven” in het midden- en kleinbedrijf en sessies met reflexiegroepen. Aangezien het onderzoek nog niet afgerond is, richten we ons in dit artikel op de basisideeën, het conceptuele model en de methodologie, en presenteren we de voorlopige resultaten.

De voorlopige resultaten tonen een behoefte aan diepgaande verandering in het managementparadigma van het midden- en kleinbedrijf als voorwaarde voor een optimaal gebruik van Web 2.0. Weliswaar helpt de ontwikkeling van leeromgevingen en het delen van netwerken om een MKB 2.0 project op te zetten, het zal echter niet eenvoudig zijn deze visie te concretiseren vanwege de bestaande obstakels en het feit dat het gebruik van deze middelen zich in een beginfase bevindt. Daarom dient het idee van een snelle, eenvoudige en algemene toepassing in het midden- en kleinbedrijf te worden uitgesloten.

Desondanks vormen de perspectieven voor het concurrentievermogen dat een op een netwerk gebaseerde samenwerking veronderstelt, de erkende waarde van het delen van kennis en de bereidheid van mensen om aan de verandering deel te nemen positieve factoren op weg naar een blijvende en systematische ontwikkeling van het MKB 2.0 project. De bedrijven en de verantwoordelijke politici dienen rekening te houden met deze kans en tendens in de kennismaatschappij.
Artikels

Vooraanstaande beroepskrachten voor het bijzonder onderwijs opleiden voor een nieuwe onderwijservaring

30 September 2009
Een groot aantal deskundigen op het gebied van het bijzonder onderwijs zijn het eens over het feit dat informatie- en communicatietechnologieën (ICT) een belangrijke tool zijn voor docenten en leerlingen om barrières te overwinnen en het verwerven van vaardigheden bevorderen. ICT kan de integratie op school en de sociale inclusie bevorderen door de obstakels te verminderen voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften.
Een goed gebruik van ICT in het onderwijs hangt in sterke mate af van het bewustzijn van docenten van hun mogelijkheden in de klas, van hun training en van hun vermogen zich aan verschillende leerstijlen van leerlingen met speciale onderwijsbehoeften aan te passen. Het gebrek aan training in ICT is echter een van meest genoemde redenen ter verklaring voor het niet of verkeerd gebruiken van ICT als onderwijshulpmiddelen of individuele hulptechnologieën onder leerlingen met speciale onderwijsbehoeften.

In dit artikel worden de resultaten besproken van een studie onder docenten die een Master over bijzonder onderwijs volgden waarin zij gevraagd werden de verwerving van algemene ICT-vaardigheden en speciaal ICT-gerichte oplossingen voor leerlingen met leerproblemen te analyseren. Het verzamelen, bijeenbrengen en verwerken van de onderzoeksgegevens hebben het mogelijk gemaakt de huidige opvattingen, vaardigheden en onderwijsbehoeften van deze beroepsgroep te beschrijven en uit te leggen.

De resultaten lijken de gegevens van andere studies te bevestigen waaruit blijkt dat docenten in het bijzonder onderwijs het gebruik van ICT als een nuttige tool zien voor leerlingen met leerproblemen. Onze conclusies laten echter zien dat voorafgaand aan een specifieke opleiding voor leerlingen met leerproblemen, de docenten een aantal ICT-basisvaardigheden dienen te verwerven. De pedagogische ondersteuning van getrainde en gespecialiseerde beroepskrachten die gebruik maken van ICT-methoden en -technieken, vormt een belangrijke hulp voor die leerlingen die hun achterstand willen verminderen of inhalen.
Artikels

Learning in and for the Knowledge Society

04 September 2009
It has been said that the Knowledge Society has made change a permanent condition. The concept of lifelong learning reminds us that personal development is a continuous objective, necessity and challenge, driving changes in the way we learn, teach and obtain information. elearningeuropa has interviewed several experts to know their thoughts and opinions about learning in this Knowledge Society.

The interviewees are:

  • Marita Aho, Senior adviser at the Confederation of Finnish Industries
  • Matti Sinko, Development expert at the Lifelong Learning Institute Dipoli, Helsinki University of Technology
  • Jouni Kangasniemi, Senior Adviser at the Finnish Ministry of Education
  • Wim Van Petegem, Associate professor at the Katholieke Universiteit Leuven
  • Jari Koivisto, Counsellor of Education at the Finnish National Board of Education

The experts were first challenged to explain their views about tomorrow’s learning.

Marita Aho believes that the main characteristic of tomorrow’s learning is "blending", combining for example eLearning and face-to-face classes, taking a formal course and working at the same time, learning with people with different backgrounds and nationalities, studying part-time and using learning services of both private and public providers.

Matti Sinko predicts that the role of learning will grow more pivotal to social change and economic development and learning will become more contradictory and polarised depending on one’s position and resources. He sums up that learning will be more social, more individualised, more culturally uniform, more massive and more “e”.

Lifelong learning is a real-life challenge more than ever before, according to Jouni Kangasniemi. He states that learning outside schools and educational institutions has a much larger role than before; learning is becoming more and more ubiquitous. He points out, however, that the basic principles behind learning do not change, but a more collaborative approach to knowledge creation is already commonly accepted.

According to Wim Van Petegem, lifelong learning should be an attitude, and proper skills are necessary to be trained (‘learn how to lifelong learn’). He explains that lifelong learning is a personal combination of formal, non-formal and informal learning, with individual and collaborative activities: this improves our adaptability to new trends and changes in the social context of a globalised world. The balance between living, working and learning is the new challenge for the future, he concludes.

Jari Koivisto believes the trend is towards individualised learning. This means that the learning goals, plans, methods and schedules should be defined on an individual basis, enabling students to study according to their personal interests and learning abilities. This requires a flexible framework, using all available learning technologies. He adds that, unfortunately, the economical reality tends to drive learning arrangements to exactly the opposite direction.

How do the experts see the role of ICT applications, such as social computing, web 2.0, “learning 2.0”, mobile and game-based learning, in the new learning?

Several experts consider ICT an important factor for enabling advanced collaborative learning and knowledge creation.

Marita Aho also highlights the new learning environments and spaces, which allow students to experience the learning process in a deeper way than with traditional methods. She also points out that ICT help to keep track of the learning process and outcomes, making the behaviour of the learner visible.

Jouni Kangasniemi says that the web 2.0 world demands new concepts such as “prosumer” (producer and consumer roles in one) or “trialogue” (dialog made visible to others with new tools) - a more emancipated approach to dialogue.

The importance of ICT applications as a way to support individualised learning is emphasised by Jari Koivisto, as they offer a range of possibilities to plan the daily, weekly and annual schedule of students, as well as the place and contents to learn.

Wim Van Petegem claims that we have moved "from learning to eLearning and back to learning again”. He says that ICT are so ubiquitous nowadays that we can’t afford learning without them. Any learning nowadays is eLearning, or even ‘(e)learning 2.0’ and beyond.

Matti Sinko presents a more negative estimation. According to him there seem to be enormous difficulties in introducing and consolidating technological innovations in formal education. In fact, systematic ICT innovations in formal education are less frequent and profound than the “eLearning preachers” have made us believe. He states that while the potential of ICT tools to enhance education is becoming ever better, schools at all levels have fewer resources to exploit these emerging opportunities.

Both collaborative and individualised aspects of learning are presented in this discussion. In the light of the future perspectives, how do the experts see these two and their relation?

In today's individualised world we could say that we are now in the stage of MyLearning (cf. MySpace), says Wim Van Petegem. On the other hand, he adds, we can’t deny the fruitful effect of collaborative learning activities, and therefore we should better talk about WeLearning. We still have to cater for the individuals learning with ICT, but he believes we should make a beneficial use of the new educational technologies in order to integrate more social and community-based aspects in lifelong learning.

The relations between collaborative and personalisation tools do suggest activities and working methods that can be contradictory as such, but they can be seen as easily complementary to each other, according to Matti Sinko. He explains that study programme designers and educational researchers and developers will have an impact on how the future learning environments will evolve. Individual learners have now a more versatile palette of tools to choose for their learning activities. Thus, technically enriched learning environments empower learners to become more active, not only in the learning process itself but in shaping up the methods and usage of tools as well.

Other experts stress out that learning is both collaborative and individualised. According to Marita Aho, ICT can help to create for example personal feedback mechanisms and allow contacts and interaction without limits of time and space. Thus, ICT helps to combine personal fulfilment and interaction with others. Jouni Kangasniemi says that collaborative platforms can provide a good support to produce and consume difference contents; at the same time information and content can be reused and modified according to personal or collective needs. Learning collaboratively requires open mind and respect to other's views. Jari Koivisto crystallises that learning can be collaborative and personalised at the same time, and this is already the case in most of the schools. The interaction between the learner and the reference group is always important and productive, he concludes.

The experts were asked what they think about innovation in the actual school system. How would they improve innovation and creativity in the teaching and learning methods?

According to Jari Koivisto the current traditional school system triggers creativity in many ways, and a creative student can benefit from it. He suspects, however, that in some countries the school atmosphere is very strict and formal, and this might sometimes be an obstacle for creativity.

Marita Aho says that innovation and creativity could be improved if books are seen as a source of information, knowledge and understanding similar to other methods such as discussions, group projects, crafts, internet and other media. Learning should not be only solution-finding but also problem-defining.

Matti Sinko highlights that schools should allow students exploit freely their daily informal communication methods and environments in order to pursue their curriculum objectives. Although this would lead to conflicts with the curriculum, schools should be ready to accept such a challenge. Curricula would change gradually, but exams would undergo a radical revamp. For example, if students were allowed to collaborate as well as access and use internet freely in their examinations the assessment criteria and evaluations would have to be completely reconstructed.

Jouni Kangasniemi opts for keeping a clear vision on what you want to achieve, empowering learners as actors and also empowering teachers to become researchers of their own practises.

Wim Van Petegem claims that any educational institution should adapt its pedagogical framework and didactical approaches to modern trends. This is important to keep the link with the societal environment. He suggests maintaining a continuous reflection over the teaching and learning practices, together with a careful benchmarking with international partners, as an utmost way to innovate creatively and to keep up with modern trends.

Knowledge and innovation are commonly acknowledged as key factors for enhancing the societal and financial development. In your opinion, can innovation and creativity be taught?

Creativity and innovation are a matter of keeping up motivation, encouraging, giving feed-back (both negative and positive) in a constructive way and even letting people make mistakes, explains Marita Aho. Innovation and creativity can be learnt with teaching philosophies, methods and environments, she says. There are also some fundamental theories, or at least “tips”, we can all learn to enhance our own creativity and allow others to be creative.

Matti Sinko and Wim Van Petegem claim both that the capacities and characteristics of students should be fostered and nourished. Wim Van Petegem also explains that, when contextualised in a broader perspective, learning outcomes can flourish forever, to the benefit of the individual learner and of society in general.

Artikels

Persoonlijke leeromgevingen om kennisgrenzen tussen activiteitsystemen tijdens de opkomende volwassenheid te overschrijden

30 Juni 2009
In dit artikel stellen we een mogelijk antwoord voor op de vraag waarom sociale netwerksystemem (SNS’s) belangrijk zijn voor het overbruggen van sociaal kapitaal en voor de kennisopbouw tijdens de overgang naar volwassenheid. We leggen uit waarom sociale artefacten Web 2.0, en met name die gedefinieerd zijn als persoonlijke leeromgevingen, die ook SNSs in aanmerking nemen, effectiever kunnen zijn dan artefacten Web 1.0, zoals die gedefinieerd worden als virtuele leeromgevingen (voornamelijk vertegenwoordigd door klassieke webplatforms en -forums), om de kennisgrenzen tussen activiteitssystemen tijdens de opkomende volwassenheid te overwinnen.

Deze theoretische route begint met de definitie van opkomende volwassenheid als een periode die ergens tussen de adolescentie en de volwassenheid wordt geplaatst en waarin deze personen met vele soorten veranderingen te maken krijgen. Een essentieel aspect van een dergelijke overgangsperiode is het persoonlijke relatienetwerk en met name het concept van het overbruggen van sociaal kapitaal door netwerken op te bouwen met nog zwakke banden. Ook wordt het onderzoek over het gebruik van webtechnologieën in de opkomende volwassenheid besproken omdat de resultaten hiervan het belang van deze middelen laten zien om de overbrugging van sociaal kapitaal te behouden en te versterken. De conclusies uit deze theoretische route benadrukken het belang van webartefacten 2.0, en met name SNS’s, omdat deze de opkomende volwassen vele mogelijkheden en ondersteuning bieden voor:

  • behoud en ontwikkeling van hun sociale kapitaal;
  • opbouwen van een kennisbagage die hen kan helpen tijdens de overgangen tussen verschillende activiteitsystemen.

Deze conclusies resulteren tevens in een nieuwe opvatting over e-learning strategieën zoals die bijvoorbeeld door universiteiten worden gebruikt en die zich tot op heden kenmerken door een overmatig gebruik van webartefacten 1.0 waarin studenten een passieve rol spelen. We zijn van mening dat flexibelere e-larning systemen, zoals SNS’s, overwogen zouden moeten worden, omdat deze beter voldoen aan de behoeften van de hedendaagse opkomende volwassenen met betrekking tot informatie en kennis.

The full text of this article is available in English and Spanish. The Spanish version is made possible our partner, the Organisation of Ibero-American States for Education, Science and Culture (OEI). // El texto integro de este artículo está disponible en inglés y castellano. La versión castellana ha sido posible gracias a nuestro socio, la Organización de Estados Iberoamericanos para la Educación, la Ciencia y la Cultura (OEI).
Artikels

Creativiteit vanuit een sociaal-cultureel perspectief voor het ontwerpen van onderwijsomgevingen

30 April 2009
Creativiteit is al lange tijd een onderwerp van aandacht en studie geweest voor psychologen die het vanuit verschillende perspectieven hebben onderzocht. Vanuit een cognitieve invalshoek trachten de onderzoekers de specifieke processen en structuren te identificeren die bijdragen aan het ontwikkelen van de creativiteit, terwijl vanuit een sociaal-culturele invalshoek geprobeerd wordt aan te tonen dat artistieke vernieuwingen voortkomen uit gezamenlijke reflectie en uitwisseling, aangezien de creativiteit niet alleen in ons hoofd bestaat: de interactie tussen de gedachten van mensen en een sociaal-culturele context is van wezenlijk belang.
Wij voeren in dit artikel aan dat de sociaal-culturele invalshoek het mogelijk maakt om een duidelijke en coherente visie te definiëren waarmee specifieke sociale aspecten van creatieve bezigheden met betrekking tot het ontwerpen van artefacten kunnen worden bekeken. Wij presenteren eerst met MANC++ model, een model voor een verhalende en creatieve activiteit dat een theoretische basis vormt om het proces en de voorwaarden die individuele en sociale creativiteit oproepen, te kunnen begrijpen. Hierna presenteren we twee samenvattingen van onze onderzoeken en geven in het kort de mogelijkheden aan die het MANC++ model biedt, om formele en informele leeromgevingen en onderwijsartefacten te creëren die het creatieve proces bevorderen. De eerste samenvatting betreft het ontwerpen van “actieve middelen” om de creativiteit van kinderen in formele onderwijsomgevingen te stimuleren. De tweede samenvatting gaat over artefacten die informele gezamenlijke creatieve activiteiten voor het ontwikkelen van een gemeenschap ondersteunen. Daarna gaan we in op het belang van deze benadering en bespreken we nieuwe vormen van sociale activiteiten en de ontwikkeling van een participatieve cultuur die zich snel ontwikkelt als gevolg van het gebruik van de nieuwe technologieën.

Volgens Gauntlett is er een verschuiving te zien van een "ga-zitten-en-luister cultuur naar een maak-en-doe cultuur". De sociaal-culturele invalshoek stelt ons in staat om opnieuw na te denken over hoe technologieën door mensen gebruikt zouden moeten worden om hen in staat te stellen inspiratie op te doen en hun producten te delen, te verbeteren of om te zetten om nieuwe producten te maken.

The full text of this article is available in English and Spanish.The Spanish version is made possible thanks to our partner, the Organisation of Ibero-American States for Education, Science and Culture (OEI). // El texto integro de este artículo está disponible en inglés y castellano. La versión castellana ha sido posible gracias a nuestro socio, la Organización de Estados Iberoamericanos para la Educación, la Ciencia y la Cultura (OEI).

Directory

EUCIS-LLL - European Civil Society Platform on Lifelong Learning

10 Februari 2009

The European Civil Society Platform on Lifelong Learning (EUCIS-LLL) gathers 24 European networks working in education and training. Together, these organisations cover all sectors of education and training including networks for higher education, vocational education and training, adult education and popular education; networks for students, school heads, parents, HRD professionals, teachers and trainers. Through its members, EUCIS-LLL embodies lifelong learning.

Artikels

Microtraining ter ondersteuning van informeel leren

24 November 2008
De meeste bedrijven worden geconfronteerd met snel veranderende leerbehoeften en de behoefte aan nieuwe concepten. Bedrijven overschatten en investeren te veel in formele opleidingsprogramma's terwijl ze de mogelijkheden onbenut laten om meer natuurlijke en informele leerprocessen aan te moedigen. Opdat informeel leren succes kan hebben, is het van wezenlijk belang flexibele mechanismen te ontwikkelen die dit type leren ondersteunt en de nadelen vermeden die aan de informaliteit gerelateerd is. Microtraining is ontwikkeld als een mechanisme om hoofdzakelijk informele leeractiviteiten te ondersteunen.
Microtraining kan worden gezien als een leerafspraak van ongeveer 15 minuten voor een leerbijeenkomst. Elke sessie bevat onderdelen als actieve start, demonstratie of oefening, feedback of discussie en uitleg over de volgende sessie. Zo'n bijeenkomst kan klassikaal zijn, online of een combinatie afhankelijk van de omstandigheden en mogelijkheden. Het concept is gebaseerd op een aantal theoretische overwegingen waarbij Sociaal Constructivisme een belangrijk element is, naast de begrippen “Connectivisme” en “Beheersingsniveaus”. Microtraining vereist een organisatorisch kader waarbinnen deze methode kan worden toegepast met betrekking tot het te leren onderwerp, de vaardigheden van de initiatiefnemer en de werknemers en hun dagelijkse werkrooster.

In de praktijk is aangetoond dat dit raamwerk ertoe bijdraagt gezamenlijke oplossingen voor de leren op de werkplaats te ontwikkelen met brede mogelijkheden voor de informatieoverdracht. Microtraining ondersteunt informeel leren op de werkplek en verhoogt daarmee de leercapaciteit van het bedrijf.

Het concept microtraining is ontwikkeld in het kader van het Leonardo da Vinci programma van de Europese Unie.